Leerlingenbegeleiding

Mentoraat en leerling-mentoraat

Leerlingen hebben tot en met leerjaar 4 een klassenmentor, een docent van wie de leerlingen ook les krijgen. Deze mentor voert gesprekken met de leerlingen over hoe het op school gaat, is op de hoogte van persoonlijke omstandigheden en is in de meeste gevallen de aangewezen persoon voor contact met de ouders/verzorgers.

Iedere eerste klas heeft ook twee leerling-mentoren, namelijk vierdeklassers die naar deze functie gesolliciteerd hebben en een speciale mentortraining hebben gevolgd.

In leerjaar 1 en 2 verbeteren leerlingen tijdens de mentorlessen onder andere hun studie- en sociale vaardigheden. Vanaf het derde leerjaar is er ook aandacht voor zelfstandig werken en onderzoekend leren.

In leerjaar 5 en 6 kiezen leerlingen een persoonlijk mentor, een docent met wie zij individuele gesprekken hebben over studiemogelijkheden en hoe het op school gaat.

Basisondersteuning en extra ondersteuning

Het Cygnus Gymnasium is een reguliere school voor ambitieuze leerlingen. De meeste leerlingen doorlopen hun schoolloopbaan zelfstandig; sommigen hebben tijdelijk of langer een steuntje in de rug nodig. Voor de basisondersteuning volgen wij de Amsterdamse standaard. Hieronder beschrijven we wat we standaard bieden (basisondersteuning) en wat we doen als een leerling meer nodig heeft (extra ondersteuning).

Hoe een ondersteuningsvraag bij ons loopt

Maakt een docent, mentor, ouder of de leerling zelf zich zorgen, dan is de mentor het eerste aanspreekpunt. De mentor gaat in gesprek met de leerling en de ouders en legt dit vast in Magister. Is er meer nodig, dan bespreekt de mentor de leerling met de conrector, en zo nodig meldt hij de leerling — in overleg met de conrector — aan bij het ondersteuningsteam. De leerling wordt dan besproken in het interne ondersteuningsoverleg of, met ketenpartners, in het zorgadviesteam, waarna een plan van aanpak volgt. De mentor blijft in dit hele traject de spil.

Basisondersteuning

Taal, rekenen en huiswerk. In de onderbouw kunnen leerlingen tijdens het Cygnusuur terecht voor ondersteuning bij de talen en bij wiskunde, op initiatief van de leerling of de docent. Voor taalverrijking selecteren we via de Diataal-toets en zetten we het Woorden Boost-programma en CAT in. De sectie wiskunde biedt oefenprogramma's in de elektronische leeromgeving om rekenvaardigheden te oefenen. Tijdens het huiswerkondersteuningsuur helpen we bij het maken van huiswerk.

Dyslexie en dyscalculie. We volgen de landelijke protocollen. Leerlingen met dyslexie krijgen 20% extra tijd bij toetsen en spellingcoulance; waar nodig zetten we hulpmiddelen in zoals een laptop met spellingcorrector, gesproken (studie)boeken en examens, en tekst-naar-spraaksoftware. Er is een hand-out met tips voor ouders en leerlingen. Tijdens de toetsweek maken deze leerlingen hun toetsen in het ondersteuningslokaal met de faciliteiten die ze nodig hebben. Voor dyscalculie raadplegen we het protocol ERWD; ook deze leerlingen krijgen 20% extra tijd. In alle gevallen bespreken ouders, leerling, mentor en ondersteuningscoördinator samen wat er nodig is.

Begaafdheid en leren leren. Vanaf leerjaar 1 werken we aan zelfregulatie, metacognitie en executieve vaardigheden, met twintig extra mentorlessen "leren leren" in klas 1. Op basis van de CBO-screening en informatie uit het basisonderwijs bepalen we welk aanbod past. Voor leerlingen die meer uitdaging aankunnen is er een doorlopend verrijkingsprogramma (Ad Astra) en, vanaf leerjaar 3, onder meer versneld examen, pre-university colleges, debatclub, Olympiades en vertaalwedstrijden.

Werkhouding en studievaardigheden. Plannen, organiseren en taakgericht werken krijgen aandacht in de vaklessen en in het mentoraat, dat als doorlopende leerlijn is opgezet. In de bovenbouw kennen we een persoonlijk mentoraat in leerjaar 5 en 6. Waar nodig zetten we de begeleider passend onderwijs in.

Sociaal-emotionele ontwikkeling. Via de doorlopende leerlijn mentorlessen werken we aan een positieve groepsdynamiek. Voor leerlingen die daar baat bij hebben is er faalangsttraining, coaching door de mentor en de mogelijkheid een vertrouwenspersoon of counselor te raadplegen. Bij een lichte vorm van autisme brengen we de ondersteuningsbehoefte samen in kaart, informeren we vakdocenten via een handelingswijzer en zetten we waar passend een time-outkaart in. Voor het omgaan met diversiteit hebben we een Gender and Sexuality Alliance en COC-voorlichting in leerjaar 3. Peersupporters zijn actief bij de lunchclub.

Fysieke en medische ondersteuning. De school is rolstoeltoegankelijk. Voor leerlingen met een beperking of chronische ziekte zorgen we voor maatwerk, in nauwe samenwerking met partners als VISIO en Viertaal, de jeugdarts en de leerplichtambtenaar; waar nodig stellen we een ontwikkelingsperspectiefplan op. Voor leerlingen met diabetes maken mentor, ouders en leerling aan het begin van het jaar afspraken, en kunnen we na ondertekening van een contract medicatie bewaren.

Gezondheid, preventie en thuissituatie. In de kantine verkopen we bewust geen ongezonde frisdranken en snacks. Rond genotmiddelen loopt een preventieve leerlijn: Frisse Start in leerjaar 1, een genotmiddeleninterventie in leerjaar 2 en In Charge in leerjaar 4. Er zijn mentorlessen over socialmediagebruik. De mentor bespreekt de thuissituatie met de leerling.

Extra ondersteuning

Lukt het niet om een leerling binnen de reguliere setting voldoende te begeleiden, dan kunnen we extra ondersteuning inzetten. Dit gebeurt altijd in overleg met het ondersteuningsteam, de ouders, de leerling, de mentor en het Samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen, en na goedkeuring door de rector binnen de mogelijkheden van de school.

Trajectvoorziening in CLUB C. Een vaste plek met vaste begeleiders waar een leerling planmatig en tijdelijk extra ondersteuning of uitdaging krijgt — maatwerk, met rust en ruimte om weer volledig mee te kunnen doen in de klas.

Samenwerking met ketenpartners. We werken nauw samen met het Ouder- en Kindteam (met de jeugdarts) en met leerplicht, en overleggen regelmatig met de consulent van het Samenwerkingsverband over de inzet van extra ondersteuning of over de vraag welke andere school beter bij een leerling past. Ook met ouders en betrokken hulpverleners stemmen we zo intensief mogelijk af.

Het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). Voor leerlingen die extra ondersteuning krijgen die niet onder de basisondersteuning valt, stellen we een OPP op. Dat gebeurt altijd samen met ouders, leerling en mentor, op basis van een gesprek met de ondersteuningscoördinator. De leerling wordt gehoord in alle fasen — bij het opstellen, bijstellen, vaststellen en evalueren — omdat leerlingen zelf vaak goed weten wat ze nodig hebben. Het handelingsdeel wordt gedurende het schooljaar uitgevoerd en gemonitord en minstens één keer per jaar geëvalueerd. Op het Cygnus geldt een OPP in elk geval voor leerlingen die gebruikmaken van de trajectvoorziening in CLUB C (tenzij alleen voor een time-out), voor leerlingen met externe ondersteuning die bij het schoolproces betrokken is, en voor leerlingen met een aangepast curriculum. Ook hebben leerling het hoorrecht bij het opstellen, evalueren en het bijstellen van dat OPP.

Ons doel blijft dat leerlingen zo volledig mogelijk meedoen in het reguliere onderwijs. Zo proberen we schooluitval, thuiszitten en uitstroom te voorkomen — al is dat niet altijd mogelijk en past soms een andere vorm van onderwijs beter.

Onafhankelijke informatie en steun

Wilt u als ouder of leerling onafhankelijke informatie of steun bij passend onderwijs, dan kunt u terecht bij het ouder- en jeugdsteunpunt van het Samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen. Dit steunpunt geeft informatie en kan u ondersteunen bij gesprekken met de school.

De stem van onze leerlingen

Voordat we dit aanbod in de schoolgids opnemen, hebben we onze leerlingen gevraagd wat zij van de ondersteuning vinden. Wat zij vooral belangrijk vinden, is dat álle leerlingen weten welke ondersteuning er is; dat bespreken we in de mentorlessen. Het ondersteuningsteam evalueert het aanbod jaarlijks en bespreekt dit met het managementteam en de leerlinggeleding van de medezeggenschapsraad.

Lees hier voor meer informatie:

Veilig schoolklimaat

We werken actief aan een positieve sfeer waarin iedereen zich welkom veilig en welkom voelt. Onderdeel hiervan zijn het leerlingenstatuut, anti-pestprotocol en socialemediaprotocol. Deze protocollen geven inzicht in wat wij als school onder een veilige leeromgeving verstaan en wat wij doen om dit te bewerkstellingen. Alle medewerkers in de school hebben een rol in de veiligheidsbeleving van onze leerlingen. 

Soms speelt er iets in de wijk of tussen scholen onderling. Daarom werken we met een veiligheidscoördinator. Deze persoon dient als aanspreekpunt voor externe partners, zoals de wijkagent, collega-scholen en de projectleider Jeugd & Veiligheid. Het gaat vooral om het signaleren, duiden en doorzetten van informatie, zodat het tijdig en op de juiste plek terecht komt. De veiligheidscoördinator is niet eindverantwoordelijk, maar heeft met name een adviserende rol en is dus actief in een netwerk van veiligheidscoördinatoren.

Onze anti-pestcoördinator is mevrouw Van Koll en onze veiligheidscoördinator is de heer Hasselbaink.

Anti-pestprotocol

Het Cygnus Gymnasium wil haar leerlingen niet alleen toerusten met kennis voor een vervolgopleiding, maar hen ook begeleiden in hun ontwikkeling tot zelfbewuste en verantwoordelijke jongvolwassenen. Een goede sfeer en een veilige leeromgeving zijn daarvoor essentiële randvoorwaarden. We willen een school zijn waar we de verschillen die er zijn accepteren. Waar we met elkaar in gesprek gaan, en blijven, en niemand wordt buitengesloten.  Pesten is onacceptabel en vraagt om een duidelijke en krachtige reactie vanuit de school. Het Cygnus gebruikt hiervoor in principe de No Blame approach. In overleg met de anti-pest coördinator kan er voor een andere aanpak worden gekozen. Lees verder in ons beleidsdocument:

Leerlingen met een sterk ontwikkelingspotentieel

Op het Cygnus Gymnasium kunnen onze begaafde leerlingen extra uitdaging en begeleiding krijgen. Voor de leerlingen uit leerjaar 2 en 3 hebben we het verrijkingsprogramma Ad Astra, waar leerlingen tijdens twee lessen per week aan een eigen project kunnen werken onder begeleiding van een docent. In hogere leerjaren kunnen leerlingen versneld examens doen, extra vakken volgen of meedoen aan pre-university programma’s of masterclasses bij universiteiten, zoals de UvA, VU, TU Delft of het Amsterdam University College. Ook zijn er tal van andere initiatieven waar leerlingen zich bij kunnen aansluiten zoals onder andere; Dungeons and Dragons club, debatteren, moestuin, schoolkrant, leerlingraad, sterrenkoepel, mensenrechten club, feestcommissie, schaken, etc.

"Ad Astra" is een Latijnse uitdrukking die "naar de sterren" betekent. Het is een verkorte versie van de volledige zin "Ad astra per aspera", wat "naar de sterren door moeilijkheden" betekent. Het wordt vaak gebruikt om doorzettingsvermogen en ambitie te symboliseren.

Wenperiode leerjaar één

Tot de herfstvakantie hebben de eersteklassers een wenperiode. In de eerste week van het schooljaar maken de leerlingen tijdens de introductieweek kennis met de docenten, de andere leerlingen, het gebouw en de faciliteiten. In de wenperiode besteden docenten extra aandacht aan studievaardigheden en effectief huiswerk maken. De eerste overhoring wordt samen voorbereid en de leerlingen mogen zelf kiezen of deze overhoring wel of niet meetelt voor het uiteindelijke jaarresultaat.

Tutoraat

Leerlingen vanaf klas 4 (soms ook klas 3) kunnen zich aanmelden als tutor. Zij weten als ervaringsdeskundigen leerlingen die ondersteuning kunnen gebruiken bij een bepaald vak tegen een kleine vergoeding vaak snel in de juiste richting te helpen. 

null

Leerling participatie

De schoolleiding vindt het van groot belang dat leerlingen meepraten over het reilen en zeilen binnen de school en dat ze betrokken worden bij belangrijke beslissingen. Elke klas heeft daarom twee klassenvertegenwoordigers die als klankbord fungeren. Daarnaast is er de leerlingenraad. Zij adviseren de schoolleiding en organiseren activiteiten. De leerlingenraad bestaat uit gekozen leerlingen. Twee leerlingen uit de leerlingenraad hebben zitting in de MR. 

Begeleider Passend Onderwijs

De begeleider passend onderwijs (bpo-er) richt zich op het leerproces en de ondersteuningsvragen van leerlingen en leraren met als doel om schooluitval te voorkomen. De bpo-er is in dienst van de school en heeft geheimhoudingsplicht. Ondersteuning van de bpo-er wordt pas ingezet na overleg met de ouders, leerling, mentor en ondersteuningsteam.

Zorg Advies Team

De school heeft een Zorg Advies Team (ZAT). Daarin bespreken we eens per acht weken leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Soms is er sprake van complexe problematiek. In het ZAT zit naast de ondersteuningscoördinator, die voorzitter is van het overleg, ook  de jeugdarts, de leerplichtambtenaar en (desgevraagd) conrectoren. Doel van het ZAT is te komen tot een passend hulpaanbod voor de leerling, mogelijk door verwijzing naar een externe zorginstelling. Leerlingen worden pas in het ZAT besproken na toestemming van ouders.

Jeugdarts en jeugdverpleegkundige

Aan de school zijn een jeugdarts en een jeugdverpleegkundige van de GGD verbonden. In de tweede klas vullen alle leerlingen de vragenlijst “Jij en je gezondheid” in. Deze vragenlijst geeft inzicht in de gezondheid en de leefstijl van leerlingen en hoe zij school beleven. Hierbij kan bijvoorbeeld mogelijke faalangst gesignaleerd worden. Naar aanleiding van de uitkomst worden sommige leerlingen (en ouders) uitgenodigd voor een gesprek met de schoolverpleegkundige. 

De school volgt het MAZL protocol dit is een effectieve methodiek voor de aanpak van ziekteverzuim.  Schoolmedewerkers, jeugdartsen en leerplichtambtenaren hebben samen aandacht en zorg voor leerlingen met ziekteverzuim: de problematiek komt vroegtijdig in beeld, waardoor de leerling geholpen kan worden en het ziekteverzuim afneemt.

Er is altijd aandacht vanuit school voor de leerling die wordt ziek gemeld. Door gebruik te maken van de MAZL-criteria, vier ziekmeldingen in twaalf weken of een zevende schooldag aaneengesloten, wordt zorgwekkend ziekteverzuim vroegtijdig gesignaleerd. Wanneer dit het geval is, gaat de school in gesprek met de leerling en ouders. Het doel is om samen met hen te kijken naar hoe de school kan ondersteunen.

Indien nodig vraagt de school bij de jeugdarts een MAZL-consult aan. De jeugdarts bespreekt en onderzoekt de gezondheidsklachten van de leerling en redenen van ziekteverzuim. Samen met de leerling en ouders wordt de gewenste begeleiding of zorg bepaald. Ook adviseert de jeugdarts over deelname en gewenste aanpassingen aan het lesprogramma en onderwijsactiviteiten. De jeugdarts maakt hiertoe samen met leerling en ouders een ‘plan van aanpak’.

Wanneer het ziekteverzuim onnodig voortduurt, vraagt de school aan de leerplichtambtenaar om mee te denken en zo nodig de leerplicht te handhaven.

Oudersteunpunt Samenwerkingsverband Amsterdam

Heb je vragen over de middelbare schooltijd van jouw kind of wil je onafhankelijk advies? Onderwijs Consumenten Organisatie voert het Oudersteunpunt onafhankelijk van het Samenwerkingsverband uit. Op het Oudersteunpunt kun je terecht met alle vragen over de middelbare schooltijd van jouw kind. Ook kun je op het Oudersteunpunt onafhankelijk advies krijgen. Klik hier voor meer informatie.

Protocol medisch handelen

Ook het protocol medisch handelen vindt u op de website van ZAAM. Uitgangspunt is dat wij geen medische handelingen verrichten. Daar zijn wij niet toe opgeleid. Ook heeft de school geen medisch specialisten die dagelijks aanwezig zijn. 

Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld

Als school hebben we aandacht voor de leer- en de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze leerlingen. Als blijkt dat er omstandigheden zijn die belastend of belemmerend zijn voor die ontwikkeling, zal de leerling in het ondersteuningsteam van de school besproken worden (na toestemming van de ouders). Als er een vermoeden is dat die belemmeringen zich in de thuissituatie voordoen, zal de school hierover in gesprek gaan met de ouders/verzorgers om samen een oplossing te vinden. In een aantal gevallen kan sprake zijn van kindermishandeling, huiselijk geweld of verwaarlozing.

Scholen zijn verplicht een meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld te hanteren. Deze meldcode werkt vanuit een stappenplan dat wordt gebruikt als er een vermoeden is van mishandeling, huiselijk geweld of verwaarlozing.

Op elke school is een aandachts-functionaris die de toepassing van de meldcode implementeert en coördineert. Het volgen van het stappenplan kan leiden tot het organiseren van de juiste hulp en/of tot een melding bij Veilig Thuis, het Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Ouders/verzorgers worden altijd geïnformeerd over een dergelijke melding.

Bekijk meer op Rijksoverheid.nl

Wat is passend onderwijs